vrijdag 2 november 2012

De woningmarkt in het regeerakkoord



 

DOOR  REDACTIE VASTGOED DINSDAG 30 OKTOBER 2012 09:00
    De woningmarkt in het regeerakkoord
    Waar het de woningmarkt betreft, gaat het Kabinet Rutte II in het nieuwe regeerakkoord minder ver dan de woningmarktpartijen in WONEN 4.0 gingen. Lees hier de woningmarkt-hoofdpunten uit het regeerakkoord.

    1. MINISTER VAN WONEN

    Laten we beginnen met het goede nieuws: Rutte en Samsom zien het grote belang van hervormingen op de woningmarkt en hebben besloten vanwege de grote complexiteit van de hervormingen op het departement van BZK een nieuwe minister voor Wonen en Rijksdienst aan te stellen die zich met het woondossier moet bezighouden.

    2. EINDE ONZEKERHEID

    Door annuïtair aflossen als voorwaarde te stellen voor belastingaftrek bij nieuwe hypotheken en de overdrachtsbelasting structureel te verlagen zijn volgens Rutte en Samsom de eerste belangrijke stappen gezet om de woningmarkt weer in beweging te krijgen. “Als sluitstuk scheppen wij een helder en houdbaar kader voor de koop- en de huurmarkt. Zo maken we een einde aan de heersende onzekerheid en brengen we een eerlijke en goedlopende woningmarkt binnen bereik.”

    3. HYPOTHEEKRENTEAFTREK

    De hypotheekrenteaftrek blijft bestaan. Voor bestaande en nieuwe hypothecaire leningen wordt vanaf 2014 het maximale aftrektarief (vierde schijf), in stappen van een half procent per jaar, teruggebracht naar het tarief van de derde schijf. De opbrengst wordt jaarlijks budgettair neutraal teruggesluisd naar de groep die door de maatregel geraakt wordt.

    4. RESTSCHULDEN

    De problemen met restschulden worden gericht aangepakt. De rente betaald op restschulden kan tijdelijk (maximaal 5 jaar) en onder voorwaarden blijven worden afgetrokken. De gunstige leningsfaciliteit voor starters van de Stichting Volkshuisvesting Nederland zal worden uitgebreid.

    5. SCHEEFWONEN

    De huurtoeslag blijft intact om woningen voor lagere inkomens betaalbaar te houden. Dat maakt een gedifferentieerde huurverhoging mogelijk. Voor huurders met een huishoudinkomen tot 33.000 is dat 1,5 procent plus inflatie. Bij mensen met een inkomen tussen de 33.000 en 43.000 gaat het om 2,5 procent bovenop de inflatie. Boven de 43.000 is de huurverhoging 6,5 procent plus inflatie. Verhuurders mogen hierbij werken met een huursombenadering. De systematiek met een huurliberalisatiegrens blijft intact. Het systeem voor woningwaardering wordt sterk vereenvoudigd met als grondslag 4,5 procent van de waarde op basis van de wet waardering onroerende zaken. Daarmee komt een einde aan het ingewikkelde puntensysteem. Voor huurders met een inkomen boven 43.000 wordt de maximale huurprijs op basis van het woning waarderingssysteem tijdelijk buiten werking gesteld. Na vertrek van de zittende bewoners geldt de maximale huurprijs weer. Zo wordt het scheefwonen aangepakt en blijft de sociale woningvoorraad in stand.

    6. ROL CORPORATIES

    Woningbouwcorporaties moeten weer dienstbaar worden aan het publiek belang in hun werkgebied. Hun taak wordt teruggebracht tot het bouwen, verhuren en beheren van sociale huurwoningen en het daaraan ondergeschikte direct verbonden maatschappelijke vastgoed. Corporaties komen onder directe aansturing van gemeenten.

    Geen opmerkingen:

    Een reactie plaatsen