vrijdag 26 november 2010

Consument vertrouwt op huis als investering

24 november 2010

Koopwoningen zijn het populairst onder woningzoekende consumenten. Als belangrijkste reden voor deze voorkeur wordt het vaakst genoemd dat een woning een goede investering is. Zes op de tien woningzoekende consumenten met voorkeur voor een koopwoning geeft dit aan. Ondanks de recente ontwikkelingen op de woningmarkt houden consumenten dus vertrouwen in de woning als investeringsobject. Dit blijkt uit onderzoek voor het WoonKennis Jaarrapport 2010/2011.

Middeninkomens zien woning vaakst als investering
Woning aanpassen aan wensen is een belangrijke reden voor de aanschaf van een koopwoning.
Van de consumenten die actief of latent op zoek zijn naar een woning geeft 56% voorkeur aan een koopwoning. Drie op de tien wil liever een huurwoning betrekken en 10% heeft geen voorkeur.

Aan woningzoekers die de voorkeur geven aan een koopwoning is gevraagd naar de reden voor die voorkeur. De meest gekozen reden voor voorkeur voor een koopwoning is dat het een investering in de toekomst is. Zes op de tien woningzoekenden met voorkeur voor een koopwoning geeft dit op als reden.

Vertrouwen blijft
Prijsdalingen, lange verkooptijden en moeilijk verkoopbare woningen ten spijt, de koopwoning heeft nog steeds het imago van een goede investering. Vooral woningzoekers met een inkomen tussen € 1.675 en € 3.000 per maand noemen de investering als reden voor de voorkeur voor een koopwoning. 66% van hen geeft dit aan.

Voor starters en woningbezitters die hun woning goedkoop gekocht hebben zijn de omstandigheden op de woningmarkt inderdaad gunstig. Woningen zijn door prijsdalingen en lange verkooptijden nu bereikbaarder dan voorheen. Dat betekent niet dat het gat tussen de huur- en de koopwoningmarkt voor veel consumenten verdwenen is.

Consumenten die een huis als investering zien, kijken echter verder dan de huidige marktomstandigheden. Een investering in een woning gaat immers over vele jaren. Consumenten vertrouwen er dus op dat de woningmarkt de huidige malaise te boven komt.

Dit gegeven stemt optimistisch. De woonconsument heeft zich blijkbaar niet uit het veld laten slaan door de discussies over hervorming van de woningmarkt. Naast de discussie over de hypotheekrenteaftrek is er in de media veel bericht over de beperkte leencapaciteit voor lagere inkomens en woningmarkthervormingen in het algemeen.

Aanpassen aan wensen
Van de woningzoekers met voorkeur voor een koopwoning geeft 53% als reden voor hun voorkeur dat de woning aan de eigen wensen is aan te passen. Woningbezitters hebben meer vrijheid bij het aanpassen en klussen aan de woning dan huurders.

De mogelijkheid tot het aanpassen van de woning aan de wensen van de eigenaar spreekt de middeninkomens en vooral de hogere inkomens aan. Deze groepen hebben de middelen om de woning dusdanig aan te passen dat hij bijna volledig voldoet aan de wensen. Dit geldt in mindere mate voor de inkomens tot € 1.675 per maand.

Zoals gezegd geven de lagere inkomens vaker dan gemiddeld de voorkeur aan een koopwoning met de reden dat het een gunstige tijd is om een woning te kopen. Voor deze groep doen zich nu buitenkansjes voor. Door gedaalde woningprijzen wordt eigen woningbezit voor deze groep bereikbaarder.

Toekomstig vertrouwen
Mede door de verkiezingen in de lente van dit jaar is onder consumenten het besef doorgedrongen dat de hypotheekrenteaftrek niet het eeuwige leven heeft. Steeds minder mensen vinden dat er niets aan de hypotheekrenteaftrek mag veranderen. Steeds meer mensen vinden dat een maximum gesteld moet worden aan deze belastingmaatregel.

Toch leeft het oude adagium dat een woning een goede investering voor later is nog steeds onder consumenten. Het is bemoedigend om te zien dat woonconsumenten het vertrouwen in de woningmarkt behouden. Zeker gezien de recente ontwikkelingen en met oog op toekomstige hervormingen.

Bron: Bouwkennis

woensdag 17 november 2010

Wanneer willen woningzoekers kopen?

-Helft ouderen verhuist pas als huidige woning verkocht is
-Jongeren wachten kansen op woningmarkt af


Op de Nederlandse woningmarkt anno 2010 is het aantal verhuizingen tot een dieptepunt gedaald. WoonKennis heeft woningzoekenden met een voorkeur voor een koopwoning gevraagd wat hen kan verleiden tot een aankoop. Eenderde noemt de beschikbaarheid van een betaalbare woning die aan hun wensen voldoet. Drie op de tien wil eerst de huidige woning verkocht hebben. Onder 55-plussers noemt zelfs de helft de verkoop van de huidige woning als eis voordat een nieuwe aankoop wordt gedaan.
Dalende huizenprijzen en een stokkende doorstroming tekenen de huidige woningmarkt. Toch lijkt het voor huurders een gunstige tijd om een woning te kopen. Het is momenteel een vragersmarkt, waarbij er ruimte is voor scherpe biedingen en aanvullende eisen. Toch schrikken huurders terug voor een woningaankoop. Woningeigenaren die willen verhuizen zitten logischerwijs vooral met hun huidige woning in hun maag.

Welke maatregelen brengen weer beweging in de woningmarkt?
De woonconsument is gevraagd naar maximaal drie maatregelen die hem zouden kunnen overhalen tot het doen van een woningaankoop. De vraag is gesteld aan degenen die een voorkeur hebben voor een koopwoning bij de volgende verhuizing, of bij een verhuizing een koopwoning niet uitsluiten.

-Te weinig passende en betaalbare woningen
De vaakst genoemde maatregel is dat er een woning beschikbaar moet zijn die aan de wensen voldoet en betaalbaar is. Dit wordt door gemiddeld één op de drie woningzoekenden aangegeven. Relatief meer woningeigenaren noemen deze vereiste.

-Huidige woning belemmering voor ouderen
Gemiddeld bijna eenderde van de woningeigenaren noemt 'eerst de huidige woning verkocht krijgen' als maatregel is die kan leiden tot een woningkoop. Relatief veel ouderen (49%) noemen deze eis. Eenzelfde beeld is te zien bij de eis 'zekerheid dat huidige woning verkocht wordt'. Dit noemt 42% van de mensen van boven de 55 jaar. Deze maatregel lijkt sterk op 'eerst de huidige woning verkocht krijgen', met als verschil dat de huidige woning niet per se voorafgaand aan de aankoop verkocht moet zijn. Verhuizen is een optie, zolang zeker is dat de huidige woning verkocht wordt.

-Jongeren willen baanzekerheid
Zekerheid over het werk of inkomen geldt voor gemiddeld ruim een kwart als voorwaarde die kan leiden tot een koop. Huurders (43%) noemen deze maatregel relatief vaker dan eigenaren (23%). Ook jongeren tot 35 jaar noemen deze maatregel relatief vaak (40%). Dit komt doordat zij vaak huurder zijn en wellicht nog geen zekerheid hebben op het gebied van werk of inkomen.

Dit onderzoek is uitgevoerd voordat de hypotheekrenteaftrek onaangetast werd verklaard door het kabinet-Rutte. Gemiddeld een kwart van de woonconsumenten met een (mogelijke) koopvoorkeur noemt zekerheid over de hypotheekrenteaftrek als maatregel die kan leiden tot een koop. Onder woningeigenaren is dat bijna drie op de tien, terwijl dat onder huurders 14% is.

-Financiën belangrijk voor huurders, eigenaren willen zekerheid verkoop
De helft van de huurders geeft aan dat een daling van de woningprijzen kan leiden tot een koop en 43% noemt zekerheid over werk of inkomen. Daarnaast zegt 22% dat een daling van de hypotheekrente kan leiden tot een koop en 21% noemt een opnieuw ingevoerde koopsubsidie. Van de woningeigenaren zegt (ruim) eenderde dat de huidige woning verkocht moet worden, voorafgaand of op een redelijke termijn rondom de nieuwe aankoop.

Het verschil tussen huurder en eigenaar komt grofweg op het volgende neer: huurders worden tot kopen gebracht middels financiële zekerheid of financiële impulsen, eigenaren willen momenteel vooral zekerheid dat zij van hun huidige woning afkomen. De beschikbaarheid van een passende en betaalbare woning is voor beide groepen belangrijk.

Bron: WoonKennis
Publicatiedatum: november 2010